Stijn Jacobs, schilderkunst als voortschrijdend inzicht

Stijn Jacobs (Turnhout, 9 oktober 1981) studeerde in 2005 af als grafisch vormgever aan Sint Lucas Antwerpen. Sinds 2009 studeert hij schilderkunst aan de Academie van Turnhout.

Het zelfstandig werk van Stijn onderscheidt zich door variatie en inventiviteit, en durft andere wegen te verkennen dan wat vaak onder 'schilderkunst' wordt verstaan.
In het werk van Stijn Jacobs valt het onderscheid tussen abstractie en figuratie weg, en kunnen werken qua thema en techniek zeer uiteenlopende vormen aannemen, zelfs over een korte periode.
Een aantal thema’s komen regelmatig terug, maar kunnen evengoed voor een tijdje op de achtergrond verdwijnen.
Deze thema’s zijn nooit afgerond, ze vormen een rode draad, komen afwisselend aan bod, en maken deel uit van een 'voortschrijdend inzicht', een zoektocht die in zijn variaties vele domeinen bestrijkt.
Werken die in één maand of zelfs één week tijd ontstaan kunnen erg sterk uiteenlopen, zowel qua thematiek en materiaalgebruik als qua vormentaal.

Het door elkaar halen en snel afwisselen van thema, techniek, abstractie en figuratie laat toe om de blik en het inzicht zo open en verrassend mogelijk te houden, en vanuit de variatie tot nieuwe ideeën en vormen te komen. Zodoende wordt ook elke vorm van verstarring vermeden, en blijft het proces steeds nieuwe wendingen nemen.

 

 

teksten

Expo 2017

Ik maak graag werk van een openingswoord, en neem graag de tijd om wat dieper in te gaan op de werken in de tentoonstelling, en iets te belichten van de achterliggende processen en inhouden, dingen die niet altijd evident zijn voor de toeschouwer die voor de eerste keer geconfronteerd wordt met schilderijen of tekeningen.
Ik had deze weken echter heel weinig tijd... maar ik wilde graag toch IETS kwijt over dit werk, omdat ik het zeer de moeite vind.
Ik heb dan ook wat tijd bijeengeschraapt, hier en daar, de afgelopen dagen, om toch een kort woord te kunnen zeggen over wat hier vandaag te zien is, en hoe ik het werk en het proces van Stijn zie...kort dan, wat voor sommigen onder jullie misschien een opluchting zal zijn!

De schilderijen van Stijn zijn de afgelopen jaren, en sinds de vorige tentoonstelling, sterk geëvolueerd. Wie de tentoonstelling toen heeft bezocht, en sindsdien niets meer heeft gezien van het werk van Stijn, zal zich misschien afvragen of hij in de verkeerde tentoonstellingsruimte is terecht gekomen vanavond...
Daar waar de werken in de tentoonstelling twee jaar geleden nog overwegend vanuit een organische abstractie voortkwamen, veelal geïnspireerd op natuurlijke vormen, is het nieuwere werk van Stijn veelzijdiger.

De inspiriatie komt nu van velerlei bronnen: ook de natuurlijke, organische vormen, komen nog voor, maar evengoed abstracte patronen, architecturale vormen, lichtpatronen, beelden uit de kunstgeschiedenis, hedendaagse iconen zoals het Facebook ‘Like’- duimpje... en deze uiterst gevarieerde bronnen worden opgenomen in het beeldend universum van Stijn, voortdurend gehercombineerd, vermengd, ‘gesampled’ tot nieuwe gehelen en verrassende contrasten.

Ook het materiaalgebruik is veranderd. Daar waar twee jaar geleden nog bijna uitsluitend olieverf op doek gebruikt werd, wordt nu een heel scala aan middelen ingezet: acrylverf, lakverf in spuitbussen, collage met fotografische beelden, reproducties van fragmenten van oude schilderijen, tape, uitgesneden sjablonen, grote digitale prints op doek, grafitti stiften en natuurlijk ook nog de vertrouwde olieverf.
Stijn heeft nu een heel arsenaal aan beeldende middelen tot zijn beschikking dat hij naar believen kan inzetten in een zoektocht naar beelden die verrassen, beklijven, en steeds nieuwe domeinen van het schilderen verkennen.
Stilstand is achteruitgang, lijkt hij wel te denken...zelden blijft hij lang bij één soort beeld vertoeven, meestal is de overgang van het ene beeld naar het andere vrij abrupt en contrastrijk. Hij lijkt dit nodig te hebben, deze contrasten...alsof uit de tegenstelling en de confrontatie de nodige energie voortkomt om weer nieuwe beelden te laten opdoemen. Steeds begeeft Stijn zich weer met overgave op onbekend terrein, en dat vraagt moed...veel eenvoudiger is het om op de vertrouwde turf te blijven bij wat je al kent en beheerst...
Stijn heeft eerder de uitdaging van de steeds verder uitdeinende contrasten nodig om tot werk te komen. De tegenstellingen geven voedsel aan de wording van de beelden. Bij één beeld blijven zou tot impasse leiden, lijkt wel. Zowel qua materiaalgebruik, schaal, compositie als kleur en materie, worden voortdurend uitersten opgezocht. Felle, soms staalharde kleur, soms ‘onaangenaam’ harde contrasten,...Stijn is niet op zoek naar een
‘gemakkelijke’ of decoratief toegankelijke manier van werken. Hij wil geen ‘mooi’ werk afleveren, mooi in de zin van behaaglijk.
Het gaat hier eerder om een fundamenteel onderzoek naar het beeld, en naar de aard van het schilderen, in een hedendaagse context. Stijn is zich dan ook acuut bewust van hedendaagse tendensen in de schilderkunst en in kunst in het algemeen, en hij schakelt zijn werk in in een zoektocht naar wat schilderen vandaag nog kan betekenen. Hij probeert nieuwe grond te breken, zoals men zegt, en dat is een zeer ambitieuze en gedurfde instelling.
De tegenstelling tussen abstract en figuratief, twee termen die vaker voor misverstanden zorgen, speelt hier geen enkele rol meer.
Stijn hanteert ‘abstracte’ vormen (die vaak zijn afgeleid van ‘figuratieve’ uitgangspunten), en combineert deze naar hartelust met ‘figuratieve’ beelden, ook in één en hetzelfde werk. Zo verschijnt een fragment van een schilderij van Rubens in een verder abstract werk (het werk op de uitnodiging). Sommige werken werden opgebouwd rond een minuscuul fotootje dat door middel van transfer-afdruk in het midden van een groot doek was aangebracht. Dit kleine fotografische beeld leek wel het ankerpunt waarrond de verf zich ging organiseren. Op deze manier had het een beslissende invloed op hoe het beeld tot stand kwam, ondanks het feit dat het uiteindelijk amper zichtbaar was.
Dit soort ingrepen doen elke statische, eenzijdige ‘lezing’ van het werk kantelen, ze brengen de dingen uit balans, ze ‘wringen’, en juist daardoor brengen ze het werk tot een soort staat van spanning, geladenheid én evenwicht.
In vele opzichten gaat het schilderen van Stijn over het schilderen zelf. Symboliek lijkt me hier weinig rol te spelen. Alle elementen in het beeld verwijzen eerst en vooral naar zichzelf, lijkt mij, en spelen een spel waarbij de inzet nooit van tevoren vaststaat, maar steeds lijkt te evolueren, vanuit een eigen innerlijke dynamiek. Een “voortschrijdend inzicht” noemt Stijn dit zelf.
Ik ben benieuwd waar dit voortschijdend inzicht de komende jaren zal toe leiden, en ik kijk al uit naar de volgende afspraak hier, binnen een jaar of twee, Stijn?
Ik wens hem dan ook veel succes met deze tentoonstelling, en met het vervolg van zijn ‘voortschrijdend inzicht’.

Filip Van Kerckhoven

Tentoonstelling EPXO Stijn Jacobs - Nick Matthys (luifelzaal, de Warande Turnhout, 16/01 - 25/01 2015)


Beide schilders werken vaak op groot formaat, en maken gebruik van alles wat verf te bieden heeft: de gelaagdheid, de nuances in materie, de eindeloze variaties in verfhuid, transparantie, gestolde beweging, de materialiteit van de herhaalde overschildering. Beweging speelt in beide hun werk een grote rol, de dynamiek van het handschrift, de overgangen van ordening naar schijnbare chaos ... Beide lijken op het eerste zicht ʻabstractʼ te schilderen, in die zin dat er vaak niet meteen een ʻrealistischʼ onderwerp te herkennen valt op de schilderijen. Maar dat klopt dan ook niet helemaal. Beiden vertrekken nagenoeg altijd vanuit de zichtbare werkelijkheid, vanuit iets dat ze zelf hebben gezien, of op basis van fotoʼs. Dat is natuurlijk iets dat geldt voor veel schilders die we als ʻabstractʼ beschouwen. Willem De Kooning, Franz Kline, Per Kirkeby, Herbert Brandl, of bij ons Raoul De Keyser, en ook vroeger reeds Mondriaan.

De zichtbare werkelijkheid is het startpunt. Zowel Stijn als Nick werken met beelden die hen raken, die hun aandacht vasthouden, die hun ʻtriggerenʼ als het ware. Dat kunnen beelden zijn uit de media, of beelden uit hun nabije leefomgeving. Of beelden uit de kunstgeschiedenis. Soms is het duidelijk waarom een bepaald beeld hen raakt, soms is dat een eerder vage intuïtie die pas later leidt tot schilderijen, nadat de fotoʼs een tijdje in hun ʻarchief hebben gezeten. Maar deze beelden zijn slechts een startpunt. Gaandeweg ondergaan de figuratieve elementen die ten grondslag liggen aan de schilderijen een transformatie, in een proces van herwerken, overschilderen, vernietigen en weer opbouwen. Het lijkt wel dat het vernietigen, het overschilderen, vaak nodig zijn om tot resultaat te komen. De schilders nemen beelden in zich op, vermalen ze als het ware, verwerken ze tot iets dat in sommige gevallen amper nog herkenbare verwijzingen bevat naar het uitgangspunt. Wat overblijft is de energie, en een nieuwe realiteit, de realiteit van het schilderij. Bonnard zei: “Het komt er niet op aan het leven te schilderen, het gaat erom het schilderij tot leven te wekken.” En dat is iets dat wel degelijk gebeurt in het werk van Nick en Stijn. Doorheen het proces van het schilderen, ontstaat er iets met een heel eigen realiteit, energie en noodzakelijkheid.

Voor Stijn is de natuur, het landschap, een belangrijk uitgangspunt. Hij werkt vaak met beelden van landschappen, maar alleen landschappen die hij goed kent. Voor een schilderij zal hij dus nooit vertrekken van een foto van een plek waar hij zelf nooit geweest is, omdat, in zijn woorden, “Ik zie (ervaar) een landschap niet zoals dat op een foto wordt afgebeeld. Ten eerste is het landschap meestal volledig ron- dom ons (als toeschouwer maak je altijd deel uit van het landschap). Er is dus altijd een een lichamelijk relatie tot het landschap en bij fotoʼs of hele klassiek compositorisch opgevatte landschapsschilderijen ontbreekt dit meestal. “ Einde citaat. Eerder dan een illustratie van een welbepaald landschap, gaat het bij Stijn dan ook eerder om de weergave van een relatie van een subject tot het landschap, de mentale en fysieke ervaring van ruimte, en de manier waarop we als subject de eindeloze stroom gefragmenteerde informatie die een landschap vormt, mentaal aaneen puzzelen tot een geheel dat zin heeft voor ons bewustzijn. Ook andere onderwerpen duiken regelmatig op in het werk van Stijn. Oude cultuurhistorische motieven, zoals het motief van de ʻdrie hazenʼ, een oud religieus motief uit het Midden-Oosten en het Verre Oosten, of het motief van de dolmen, de prehistorische zonne-observatoria. Of het motief van het vanitas-stilleven, met zijn symboliek maar ook zijn puur vormelijke aspecten. Een reeks schilderijen die ik heel intrigerend vind, is de reeks die zijn oorsprong vindt in een tekening van Albrecht Dürer, een achterzijde van een blad met studies, waarop Dürer zes studies van een gewoon hoofdkussen heeft geschetst. Dit beeld trof Stijn naar eigen zeggen omdat het compositorisch zo ʻmodernʼ oogde. Het beeld heeft inderdaad iets minimalistisch: de zes hoofdkussens zijn heel gelijkmatig verdeeld over het beeldvlak. En het onderwerp is zo verrassend alledaags en pretentieloos, een hoofdkussen. Voor Stijn ook een metafoor voor het gevecht tussen denken en niet-denken, het rusten of het gewoel van de slapeloosheid.

Zoals steeds dus een dubbele fascinatie: een vormelijke interesse in het beeld, en ook een nadenken over symboliek, metafoor, of culturele context van een beeld. Het schilderen is een bespiegeling over het beeld op zich, de plaats dat een beeld inneemt in onze geschiedenis, in onze cultuur, in onze persoonlijke leefwereld. Het schilderen op zich is dus een vorm van nadenken. Stijn heeft een tekst die hij me stuurde getiteld “Een voortschrijdend inzicht”, en dat vind ik ook heel mooi geformuleerd: het schilderen als een proces van denken zowel als doen, waarbij inderdaad een inzicht groeit, zowel in het eigen werk als in de wereld daarbuiten. Het werk maakt de schilder, maar evengoed andersom. Na het maken van een reeks werken is de schilder niet meer dezelfde persoon als hij voordien was. Iets is veranderd, een verschuiving van perspectief, een nieuw inzicht, een nieuwe mentale connectie met een deel van de wereld. In dat opzicht is schilderen ook niet zo vrijblijvend. Er staat iets op het spel: een inzicht, een realisatie, een voortschrijdend inzicht, ja. En het is alsof het schilderij daar bijna een restproduct van is, eerder dan de hoofdzaak. Restant, residu, bewijs.

(uit openingswoord, Filip Van Kerckhoven, schilder)


Add your Content here

Donec quam felis, ultricies nec, pellentesque eu, pretium quis, sem. Nulla consequat massa quis enim. Donec pede justo, fringilla vel, aliquet nec, vulputate eget, arcu.